Teutoburger Wald

Het Teutoburger Woud (Duits: Teutoburger Wald) is een smal middelgebergte dat zich uitstrekt over een afstand van zo’n 100 km van Hörstel in het noordwesten en via Osnabrück en Bielefeld doorloopt tot aan Horn-Bad Meinberg. Bij Horn-Bad Meinberg gaat het over in het Eggegebergte.

Overzichtskaartje Teutoburger Woud (bron: Westermann Schulbuchverlag GmbH)

Het westelijk deel (rond Ibbenbüren en Tecklenburg) is vanuit Enschede binnen een uur per auto bereikbaar, en is daardoor een populair fietsgebied onder Nederlanders. Dit uiterst westelijk deel van het Teutoburger Woud wordt ook het Tecklenburger Land genoemd, naar het oude graafschap Tecklenburg. Je vind hier beklimmingen tot drie kilometer lengte (met heuvels als Lienener Berg, Dörenberg, Heidberg, Leedener Berg), mooie plaatsjes als Tecklenburg met haar vakwerkhuizen in het centrum en Bad Iburg, en ten noorden van de plaats Ibbenbüren de zogenaamde Schafberg of Ibbenbürener Bergplatte: een hoogplateau met hoogteverschillen tot 100 meter en weidse vergezichten. De smalle heuvelkam is vaak dicht bebost in vergelijking met de omliggende heuvels, waardoor je door een afwisselend landschap fietst.

De hoogteverschillen zijn groter dan in Die Baumberge (ten westen van Münster). Net als voor Die Baumberge geldt dat er maar weinig informatie te vinden is op wielrengebied over deze streek. Maar gelukkig zijn er genoeg rustige wegen en prachtige klimmetjes te vinden in het westelijk deel van het Teutoburger Woud en op de Ibbenbürener Bergplatte. Zodoende kan dit gebied zich qua beklimmingen met recht meten met Zuid-Limburg. En nog een pluspunt van dit gebied in vergelijking met Zuid-Limburg is dat het niet wordt overspoeld met (wieler)toeristen (met uitzondering van toeristische trekpleisters als het dorp Tecklenburg).